Nieuwe gedichten vanaf augustus 2016

Hieronder de nieuwe gedichten die ik geschreven heb na ‘Zingen aan de Styx’ (gepubliceerd november 2016). Aan de Styx voorbij dus. In omgekeerd chronologische volgorde.

 

 

Mystiek

 

Jij ligt met mij verstrengeld

in mijn hoofd.

Jij hebt me zalig

van mijzelf beroofd

 

en o

 

uit deze zoetheid

nooit meer op te staan

maar loom en langzaam

dood te gaan

 

in jou.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mijn leven in vier distichons

 

Ik was een vreemde vogel in

een nest van klei.

 

Veel is mijn leven niet geweest

dan veren die ik laten moest.

 

Zo ik iets was ben jij

de wind waarop ik dreef. 

 

Nu zweef ik

vederlicht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dank, zomermorgen

 

Dank, dag,

dat je over mij kwam met je vroege dageraad.

Dank, geschenken van de zomermorgen:

 

het lichtende groengrijs van de zee,

de melkblauwe nevelen verte,

het hoogblonde koren barstend van rijpheid,

de donkergroene bosranden met hun geheimen,

een ree en haar kalf die mijn fietspad kruisten,

de kruiden geur van vers gemaaid gras in de berm,

het zilveren licht tussen de wolken,

een uitzinnige lijster hoog in de bomen…

 

Ik kan het niet aan,

ik krijg het niet ingeademd,

niet ingedronken,

ik barst van licht

 

en dank.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

God 

 

Er drijft een eiland

in mijn hersenpan

tussen de grijze cellen.

 

Het is er licht

en stil

en zomermorgen.

 

Ik drijf er altijd weer naartoe.

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tijd

 

Midzomernacht.

Was even wakker, zag:

vier uur acht

en achter de gordijnen

het grijzen van de dag.

 

Viel zacht

in slaap, lag

achter mijn ogen

verzonken in een dag

 van eeuwigheid zonovergoten.

 

En werd weer wakker, zag:

vier uur acht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

autobiografisch

 

het licht altijd dat licht het is

zo zacht veel zachter dan

het woord het doet

zo zeer

 

het licht altijd dat licht het zingt

hoe graag ik leef hoe zeer

het heeft gedaan

en doet 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Storm over Zeeland

 

Golvend en wuivend het riet

onder de storm.

 

Alleen in dit riet

onder de storm.

 

Zwijgend en zingend het riet

onder de storm.

 

Alleen dit riet

onder de storm.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Completen 

 

Bij de ingang van de nacht

ben jij de stilte die mij wacht,

sta ik met jou oog in oog

en uit het donker juicht een lied omhoog.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Licht

 

In jou

ben ik beland

 

met vroeger zwaar belast

en torsend mijn geliefden

onder mijn uitgerekte armen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voor mijn nabestaanden

 

Als zij dan eindelijk mij heeft gekust,

die vreemde, langverwachte minnares,

 

en mij ontvoerd heeft naar haar slaapvertrek,

mij tot haar stilte teruggebracht,

 

dan zal zij mij in jullie harten zaaien

en ik zal zuiverder in jullie wezen zijn

 

dan wie ik in mijn leven was.  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Orgasme van de oudjes

 

Handen die verwilderd aaien

de zachte jonge honden

van onze bijna dode leden.

 

 Stil liggen nu, doodstil,

de open lippen vastgezogen

in huid om in te bijten,

 

stil luisteren naar de vreugde

die golft door onze lijven

en uitbreekt in geluidjes,

 

huivert in onze buiken

die plotseling weer dansen,

weer dansen tot de dood,

 

de duizelende, dolle

dood.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In mijn poëziebundel ‘Zingen aan de Styx’ – najaar 2016 – staan voornamelijk gedichten over mijn ziekte in de zomer van 2015: mijn verblijf aan de Styx. En enkele oudere natuur en liefdesgedichten. Het motto en het eerste gedicht uit die bundel geef ik hieronder weer. Wie meer wil: zie de bundel.

 

 Overkant

En ik zal stamelen: jij bent mijn land.

En ik zal roepen naar de overkant,

naar wie er nog niet zijn geweest:

wees niet bevreesd.

 

 

 

 

 

 

 

Teruggekeerd

Ik zwierf

langs de rivier de Styx,

bezocht door duizend goden,

ik stierf

er duizend doden.

Pas toen

ik naar de overkant zou varen

zag ik hoe groen

en bloesemrijk zijn oevers waren,

hoe stil

het water was,

hoe zacht het gras.

Ik ben teruggekeerd

voor altijd ongedeerd.

(De Styx is de doodsrivier in de Griekse mythologie. Wie erin werd ondergedompeld was onkwetsbaar, zoals Achilles, m.u.v. zijn hiel omdat zijn moeder hem daaraan vasthield.)