Over Wim Jansen

Ik ben Wim (Willem Pieter) Jansen (1950), predikant voor de  vrijzinnige vleugel van de Protestantse Kerk Nederland. Ik ben getrouwd met Eliane en we hebben samen vier kinderen en zes kleinkinderen. Lange tijd ben ik werkzaam geweest in het onderwijs. Ik heb naast mijn werk theologie gestudeerd en ben uiteindelijk predikant geworden, respectievelijk in Veere, Enschede, de Zak van Zuid-Beveland, Brouwershaven. Tot mijn emeritaat in oktober 2015 was ik predikant van de Koorkerkgemeenschap Middelburg en in Delft, die ik beide op afstand bediende omdat ik in Vlissingen woon. In de Koorkerk ben ik eind december 2015 gestopt. Sinds die tijd ben ik dus echt emeritus.

 

Wat ik nog wel doe?

Beetje schrijven, zonder enige druk – zoals columns voor www.nieuwwij.nl

Nu en dan een lezing over een van mijn boeken (of nog te schrijven boek).

Sporadisch nog voorgaan…

 

Mijn achtergronden:

Ik heb op verschillende scholen en in uiteenlopende typen onderwijs gewerkt, van basisschool, via VMBO, MBO, HAVO, VWO tot HBO (Pabo). In het pastoraat heb ik kerkelijke gemeentes in allerlei kleuren en gestalten, op het platteland en in de stad, mogen dienen en daarbij intensief met mensen meegeleefd in de hoogten en diepten van hun leven.

 

Ook en vooral in mijn persoonlijke leven is mij het nodige overkomen, om te beginnen een bijzondere liefde, maar ook ziektes, van depressie tot hartinfarct, dit laatste twee keer. Als echte Godzoeker van jongs af aan heb ik in het geloof een diep doorleefde ontwikkeling doorgemaakt, die uitgemond is in de mystiek. Niet vanuit de theologie maar vanuit al deze levenservaring heb ik altijd geprobeerd iets voor anderen te betekenen in pastoraat en geschrift.

 

Ik ben vooral predikant geworden omdat ik ruimte voor mensen wil zijn in hun kwetsbare momenten en op de scharnierpunten van hun leven: de pastor als afvoerputje.

Nu ik met emeritaat ben zoek ik vooral de stilte en de eenzaamheid.  

Een grote passie van me is schrijven. Mijn voor-voor-voorlaatste boek, ‘Waar ben je nu?‘, (september 2011) is geschreven voor een ieder die een dierbare verloor aan de dood en zoekt naar helderheid in de verwarrende visies op de dood. In de zomer van 2012 verscheen Boerenkind – geschiedenis van een paradijs, een niet theologisch boek met verhalen over mijn jeugd in het Paradijs, een voormalig gehucht in Zeeuws-Vlaanderen. In november 2013 publiceerde ik Vlammend Paradijs – bekentenissen bij uitgeverij Skandalon. Het vervolg op Boerenkind maar wel meer ‘theologisch’. De queeste van mijn jeugd inzake God, erotiek, de liefde en een adolescente crisis. Een soort ‘confessiones’ à la Augustinus. Bij mijn emeritaat in de herfst van 2015 verscheen, ook bij Skandalon, Dominee zoekt God – dagboek van een laatste zondagmorgen.

Na de – door ziekte – turbulente zomer van 2015 overkwam mij in winter/voorjaar van 2016 een flow van gedichten. Die heb ik met een aantal eerdere gedichten samengevoegd in de bundel Zingen aan de Styx, dit najaar eveneens verschenen bij Skandalon.

 

Mijn inspiratiebronnen:

De bron waaruit ik leef is drieledig:

  • de verwondering over de schoonheid en het mysterie van het aardse leven
  • het geheim van de liefde, dat ik God noem: GOD achter God.
  • contemplatie: stilte, mediteren, dagelijks oefening in onthechten

Mijn inspiratie vind ik in:

  • de liefdesmsytiek, in het bijzonder de middeleeuwse christelijke mystiek van Hadewych, Jan van Ruusbroec en Meister Eckhart
  • de filosofie van de oude Grieken, met name de stoïcijnen en de cynici
  • de oosterse mystiek van het soefisme, boeddhisme en taoïsme
  • poëzie, in het bijzonder Hans Andreus, J.C. van Schagen, Gerrit Achterberg…

 

Citaten
Hieronder staan enkele citaten die mij uit het hart gegrepen zijn en alles zeggen over mijn levensbeschouwelijke kleur en positie:

 

  • Liefde is mijn geloof. (Ibn Arabi , Middeleeuwse soefi)
  • Dat allerdiepste en allerrijkste in mij, waarin ik rust – dat noem ik God. (Etty Hillesum)
  • Onze doden leven voort in de stille wateren van de aarde. Het is hun geest die als een rimpeling van de wind over het water van de meren loopt. (Seattle, opperhoofd Sioux-indianen in zijn brief aan de Amerikaanse regering)
  • Door over te gaan in een toestand van zuivere contemplatie worden we tijdelijk ontheven van al het willen, dat wil zeggen van alle wensen en zorgen, en worden we als het ware verlost van onszelf  (Arthur Schopenhauer)
  • God is het diepst verborgene, meest weerloze, allerwezenlijkste en onvergankelijkste in onszelf. (Gerard Reve)
  • We moeten ons realiseren dat onze traditie niet de enige is die compassie nastreeft (Karen Armstrong):
  • In den beginne verscheen Liefde, als eerste beginsel van de geest (Rig Veda X, 129)
  • Identificeer je met alles zonder haat, wrok, woede of vijandigheid (Boeddha)
  • Beschouw anderen als jezelf (Confucius)
  • Wie is machtig? Hij die een vijand tot vriend maakt. (Rabbijnse literatuur)
  • Heb jullie vijanden lief (Jezus)
  • Geen van jullie kan een gelovige zijn als hij niet voor zijn naaste wenst wat hij voor zichzelf wenst (Mohammed)
  • Geen enkele zelfzuchtige berekening kan wedijveren met de neiging tot universele liefde (Auguste Comte, filosoof)
  • Christus was een historische, bijzondere openbaring van het Mysterie, een openbaring die nooit meer herhaald kan worden. Hetzelfde kan gezegd worden over Boeddha of Mohammed of Mozes. Ze zijn allen bijzondere, onherhaalbare, unieke openbaringen van het Mysterie (Paul Knitter)