LIV’S GEDICHT – Herfst 2021

Thema: ALS EEN MOT IN EEN KAARSVLAM

 

 

Opstapje naar het thema: Freek de baardagaam en Sjef de witte kater

Dit zijn Freek de baardagaam en Sjef de witte kater.

Ze wonen in het huis van onze zoon en zitten vaak samen op de vensterbank.

Sjef probeert dan met Freek te spelen maar, zegt onze kleindochter dan, dat snapt Freek niet.

Toch zitten ze hier net alsof ze met elkaar zitten te praten.

Dat ga ik eens uitspelen:

 

Sjef: Ha Freek, het is wel bijzonder, hoor, dat wij hier samen zitten.

Freek: Hoezo dan, Sjef?

Sjef: Nou, als je naar onze geschiedenis kijkt…

Freek: Geschiedenis…?

Sjef: Ja, Freek, heel lang geleden was ik een roofdier… en jij bent een reptiel, jij bent ook al heel oud…

Freek: Ben ik een reptiel? Hoe oud ben ik dan, Sjef?

Sjef: O, zeker miljoenen jaren, en jouw voorouders, dat waren misschien wel van die enorme reuzenreptielen met verschrikkelijke tanden…

Freek: Die heb ik allang niet meer, ik kan er alleen nog maar sprinkhanen mee eten…

Sjef: Onze voorouders zouden niet zo gezellig bij elkaar gezeten hebben, hoor. Ik was vast een sabeltandtijger geweest en die was meteen gaan vechten met jouw overopa de reuzenhagedis…

Freek: Zou het echt, Sjef? Misschien wordt de wereld dan toch langzamerhand een stukje beter…

Sjef: Het zou best kunnen, Freek. Zie ons nou zitten! Wij hebben het zo gezellig samen omdat we veel van elkaar houden…

Freek: O ja, dat klopt wel, hoor Sjef, ik hou heel veel van je, zeker als ik zo tegen je warme, witte vacht aan mag zitten…

Sjef: Weet je hoe de mensen dat noemen, Freek, als je dat doet en het fijn hebt samen?

Freek: Ik zou het niet weten. Mensen gebruiken zulke moeilijke woorden…

Sjef: Ze noemen het Liefde, Freek. Liefde…

Freek: Liefde? Aaah, wat een mooi woord: Liefde…

 

Kyrië

Bron van liefde,

de wereld schreeuwt naar u.

Wij bidden u: ontferm u over ons,

genees de pijn, 

kom met uw liefde over ons,

kyrië eleison, Christe eleison, kyrië eleison,

amen.

 

Gebed bij de opening van de Schriften

O Liefde, waaraan iedere liefde haar naam ontleent,

ook de lichamelijke en zelfs de ontaarde liefde.

Heilige en heiligmakende Liefde,

zuiver en zuiverend,

levenschenkend leven,

open ons voor uw heilig lied,

ontsluier het mysterie van uw kus

en de diepe zin van uw gefluister,

waarmee Ge in het hart van uw zonen

betoverend zingt over uw kracht

en het zalig genieten van U.

 

Lezingen:

Hooglied 4:16 – 5:1

Hooglied 8:6

I Johannes 4:12-16

 

Niet-bijbelse lezing als antwoord, Gerard Reve in ‘Nader tot U’:

Het is niet zo dat de Liefde een van Gods attributen is, maar de Liefde is God zelf. Toen er nog niets was, was reeds de Liefde. Uit haar is alles ontstaan, en niets is ontstaan dat niet uit haar ontstaan is. Als niets meer zijn zal, zal nog de Liefde zijn, want de Liefde en God, dat zijn twee woorden voor één en hetzelfde, onderling vervangbaar, en identiek.

 

LIEVDE IS MOOI

LIEVDE IS KLEUR

LIEVDE MAAKT BEEBI

LIEVDE MAAKT MENS

EN WAAROM BETEEKEND LIEVDE KLEUR

OM DAT LIVDE MOOI IS

Liv van Goudswaard (6 jr.)

 

Meditatie: Als een mot in een kaarsvlam

Lieve mensen,

Liefde is het woord vanmorgen.

Liefde met een hoofdletter.

Allemaal kennen we op een of andere manier liefde.

Maar dieren kennen ook liefde.

Op zichzelf gerichte liefde, ontvangende liefde misschien, maar toch: liefde.

Kijk maar naar Sjef en Freek – hoe die soms tegen elkaar aanliggen.

Twee, van nature, elkaar vijandige dieren.

Of kijk eens hoe een krokodil, de agressiefste rover, zijn jongen oppakt

en ze teder meedraagt tussen die vervaarlijke tanden.

Liefde is het brood, de adem en het medicijn van de schepping.

Zonder liefde geen leven…

Mensen hebben liefde nodig, ga maar na:

Overal waar mensen de liefde ontberen gaat het genadeloos mis.

Veel mensen met wonden en schade heb ik ontmoet en ontmoet ik nog,

maar altijd was het gebrek aan liefde dat die schade toebracht.

O, hoe verschrikkelijk hebben mensen liefde nodig,

liefde om op te groeien, er te mogen zijn als kind,

gehoord en gezien te worden, aanvaard te worden, bemind te worden,

op te bloeien in je kwaliteiten, uit de verf te komen,

veiligheid te verwerven en zelfvertrouwen…

Hoe schrijnend zijn de verhalen van mensen wie het daaraan ontbrak.

Schrijnend en beschadigend, ja, en altijd weer blijkt dat alleen liefde

bij machte is die wonden in de ziel te helen: innerlijke genezing.

Ik herinner me een oude, zeer eenzame dame omringd door katten,

ze haatte mensen, had met alle familie gebroken,

en als ik haar bezocht was ze altijd verbitterd.

Maar toen ze ziek werd moest ze in het ziekenhuis worden opgenomen.

Ik herkende haar bijna niet toe ik haar daar bezocht, zo blij was ze

met alle aandacht en warmte van de verpleegkundigen.

‘Ik weet niet wat me overkomt’, sprak ze glunderend,

‘iedereen is zo lief voor me!’

We zijn even stil en stellen het ons voor

hoe wij zelf misschien innerlijke genezing hebben gevonden in de liefde,

misschien van een geliefde of een kind,

of als we die niet hebben een vriend of vriendin of familielid,

of zelfs van een zorgverlener die wist wat haar te doen stond

Waartoe zijt gij op aarde? – vroeg de oude rooms katholieke catechismus.

Mijn antwoord zou zijn: om de liefde te leren en te ontdekken.   

Ik zou werkelijk geen ander antwoord weten op die vraag,

de vraag namelijk wat wij in Godsnaam hier te zoeken hebben,

in deze verschrikkelijke wereld met z’n bittere raadsels.

De wereld, de geschiedenis van de wereld,

lijkt bepaald niet opgebouwd uit liefde.

Integendeel, het is een verhaal van bloed en geweld,

het recht van de sterkste, het overleven van de sluwste,

altijd ten koste van de ander, altijd uit op overleven van het ik,

het reptielenbrein dat ons doen en laten bepaalt.

Liefde is een vreemd element in die ontwikkeling.  

Liefde is dan ook het grote mysterie van de evolutie.

Dit inzicht, eerlijk gezegd, is in eerste instantie gebaseerd op de eigen ervaring. 

Ik ben zelf pas gaan leven toen ik de liefde ontdekte.

Pas toen kon ik weer in een God geloven

en ook mijn predikantschap heeft daar alles mee te maken.

Ik kan dan ook niet anders meer dan persoonlijk preken en schrijven,

niet vanuit een objectieve ‘waarheid’ – die bestaat niet –

maar vanuit een vuur van liefde dat in mij brandt.

Toen ik dat eenmaal ontdekte wist ik het:

Als er zoiets als een God bestaat is het een God van liefde – en liefde alleen.

Een zon, een licht, een vuur van liefde, enkel zo kon ik me God voorstellen…

Het is ook de conclusie van Johannes: God is liefde

En voor Johannes is het duidelijk dat dat in Jezus zichtbaar geworden is.

Jezus is de mens geworden liefde.

Overal waar we Jezus lezen, lezen we: de Liefde.

Jezus, de mens, dronken van liefde waarover het Hooglied schrijft.

Dronken van liefde voor al die gekwetste en geschonden mensen op zijn weg.

Zie maar voor je hoe hij kinderen bij zich neemt, hen in het midden zet,

precies dat wat kinderen zo nodig hebben: gezien worden.

Zie maar voor je hoe hij zich ontfermt over verschoppelingen,

die door iedereen met de rug worden aangezien.

Zie voor je hoe hij niet oordeelt over de vrouw

naar wie de meute met stenen gooit.

Zie voor je hoe hij de woedende massa die hem naar het kruis schreeuwt

als afzonderlijke mensen van God blijft zien: vergeef het hun…

…  

In Jezus is het mysterie van de Liefde nog groter geworden.

Maar natuurlijk niet alleen in hem, ook in vele andere levens.

Zoals het ook in mijn leven alleen maar groter is geworden.

Zodanig dat ik niet anders meer kan dan het ook omdraaien:

Liefde is God.

Waar we liefde zien, zien we God aan het werk,

het is ook het inzicht van Johannes.

Wie ook maar iets heeft geproefd van de noodzaak en de kracht van de liefde

zal niet anders meer kunnen dan de woorden van Reve onderschrijven:

‘…de Liefde is God zelf. Toen er nog niets was, was reeds de Liefde. Uit haar is alles ontstaan, en niets is ontstaan dat niet uit haar ontstaan is. Als niets meer zijn zal, zal nog de Liefde zijn, want de Liefde en God, dat zijn twee woorden voor één en hetzelfde, onderling vervangbaar, en identiek.’

De theoloog Eugen Drewermann gaat nog een stap verder:

‘In plaats van een God van liefde als “Scheppergod” te vooronderstellen om de wereld te verklaren moeten wij juist de liefde als goddelijk vooronderstellen.’

Het is niet zo dat er een wezen ‘God’ is met de eigenschap ‘liefde’,

nee, de liefde is in zichzelf goddelijk, kun je, als je wilt, God noemen

Niet meer zoeken naar een god als verklaring voor het ontstaan van de wereld,

maar meteen de Liefde met een hoofdletter schrijven.

Precies zoals de middeleeuwse mysticus Willem van St. Thierry

zich in zijn gebed, dat we gebeden hebben,

rechtstreeks tot de Liefde wendt als God zelf:

‘O Liefde, waaraan iedere liefde haar naam ontleent,

ook de lichamelijke en zelfs de ontaarde liefde.’…

Waartoe zijn wij op aarde?

Om liefde te zijn voor de baardagaam Freek en de witte kater Sjef.

Om liefde te zijn voor kinderen ons toevertrouwd,

mensen ons toevertrouwd, als geliefde, als ouder, als leerkracht,

als verpleegkundige, als arts, als ambtenaar aan het loket, als…

vul uw eigen positie hier maar in.

Om liefde te zijn en die te vervolmaken,

ook in de meest nare omstandigheden,

van ziekte misschien, van onrecht, van onderdrukking,

ja, zelfs van genocide, zoals Etty Hillesum in Westerbork,

als ze zo naar haar beulen blijft kijken en schrijft:

‘Ik heb de mensen zo verschrikkelijk lief, omdat ik in hen een stuk van jou liefheb, mijn God. En ik zoek jou overal in de mensen en ik vind vaak een stuk van jou. En ik probeer jou op te graven in de harten van anderen, mijn God.’…

Waartoe zijn wij op aarde?

Om op te branden in Liefde, want liefde is een vuur.

En behalve aan het Hooglied denk ik dan aan de middeleeuwse soefi Rumi,

die in God wil opbranden als, zo schrijft hij,

een mot in een kaarsvlam.

Een mot in een kaarsvlam, daar blijft niet veel van over.

Alleen dat vleugje energie dat even opflakkert.

Maar er hoeft ook niet veel van ons over te blijven…

… behalve de liefde – een vleugje liefdesenergie.

Daartoe zijn wij op aarde.

Amen

 

 

Gebeden (met stilte en Onzevader)

Eeuwige, wij danken u voor de Liefde die Gij zijt,

en die wij zoeken in deze vreemde, absurde wereld,

waarin wij op weg zijn, tastend en mistastend, verdwaald soms,

struikelend misschien, langs omwegen en ook wel doodlopende wegen –

ze mogen er allemaal zijn,

want ze komen uiteindelijk allemaal thuis,

in u, de Liefde zelf.

In uw stroom van Liefde geven we onze gebedsintenties mee,

voor de wereld, die van u afgeleide, maar zo onvolmaakte wereld,

met z’n vele zorgen en noden,

voor de aarde, het kwetsbare groen, het geschonden klimaat,

de dieren aan ons overgeleverd,

voor al die mensen op drift, hunkerend naar rust en vrede,

een veilig huis, een leven,

voor slachtoffers van oorlog en onderdrukking,

voor allen die geen liefde ontvangen

maar nog meer voor hen die geen liefde kunnen geven,

voor zieken en stervenden,

voor mensen in rouw, verdriet, eenzaamheid,

voor ons eigen leven, onze geliefden, onszelf,

in de stilte…

We bidden samen het Onzevader:

Onze Vader die in de hemelen zijt,

Uw naam worde geheiligd,

Uw Koninkrijk kome,

Uw wil geschiede gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood.

En vergeef ons onze schulden gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.

Leid ons niet in verzoeking maar verlos ons van de boze.

Want van u is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid.

Amen.