Boek: Nieuwe Erpels Smaakten naar God

Wim Jansen vertelt over zijn heimwee naar het paradijs van zijn jeugd.
Heimwee naar die plek, een gehucht in Zeeuws-Vlaanderen, dat inderdaad Paradijs heette.
Heimwee naar dat leven en die tijd, de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw.
Heimwee naar een leven dicht bij de aarde.
Aarde, hard en bevroren.
Aarde, losjes en open, speels, ontvangend, geil.
Hij vertelt vanuit zijn perspectief nu: met de dood voor ogen.
Toch zijn het luchtige impressies.
Hij ontwaart ook een Paradijs in de toekomst.