Hier ben ik… Zomer 2012

Genesis 3:8,9 / Exodus 3:1-4

Voor de kinderen: Verstoppertje

Spelen jullie nog wel eens verstoppertje?

Wij vroeger wel.

Wij speelden “Buzze teu teu” – ken je dat?

Dan was er een plek waar je naar toe kon lopen, een vrijplaats,

daar stond een oud blik, een “buzze”,

en als de zoeker daar te ver vandaan ging rende je er naar toe,

schopte het blik weg en riep:

Buzze teu teu!

 

Heel kleine kinderen zie je soms op een vreemde manier verstoppertje spelen.

Dan doen ze hun hand voor hun ogen en zeggen: nu zie je mij niet, mama…

Wat klopt daar niet aan?

 

Je kunt je ook op een andere manier verstoppen.

Bijvoorbeeld als iemand iets vraagt geen antwoord geven.

Of ja zeggen terwijl je nee denkt.

Of zwijgen terwijl je eigenlijk je mond open zou moeten doen.

Of net doen of je er niet bent…

Dat noemen we ook: jezelf verstoppen.

Dat hoef je niet te doen, hoor.

Jouw stem mag gehoord worden.

 

In de Bijbelverhalen van vandaag horen we daar ook iets over.

In het eerste verhaal is God op zoek naar iemand en die verstopt zich.

En in een ander verhaal zegt iemand als God hem roept:

Hier ben ik.

 

Jezelf niet verstoppen, maar zeggen: hier ben ik! –

dat is het beste wat je kunt doen.

                   —————-

Na lezing:

letterlijk staat er: zie mij.

Meditatie

Lieve mensen,

twee manieren zijn er om te reageren

op de dingen en de mensen – en op God.

Je kunt zeggen: ik ben er niet,

zoals bij een ongewenst telefoontje… hé, ik ben er niet, hoor!

En je kunt zeggen: Hier ben ik – de beste vertaling van: zie mij.

Dat zijn twee klinkende woorden in een klinkend zinnetje: zie mij.

Je laat horen dat je er bent,

dat je gezien wil worden en gezien mag worden.

Je laat horen dat je volop aanwezig bent, dat je bestaat.

Je presenteert je, profileert je, biedt je aan.

Zie mij, hier ben ik – een regelmatig voorkomende uitdrukking in de bijbel.

 

Twee manieren om tegenover de tijd te staan.

Het is morgen, de dag komt je tegemoet.

Hoe sta je tegenover de nieuwe dag?

De dichter Paul van Ostayen schreef een over een kind ’s morgens vroeg:

Marc groet ’s morgens de dingen:

Dag stoel naast de tafel,

dag brood op de tafel…

Zo kun je het licht begroeten en zeggen: jij bent er, ik ben er ook.

Je kunt ook grommend en grauwend en zuchtend zeggen:

Ik ben er niet…  

Dat mag, hoor, als je een ochtendhumeur hebt.

Maar het helpt wel om te zeggen: Goedemorgen dag, zie mij…

Ik ben beschikbaar om te leven.

 

Twee manieren om tegenover de mensen te staan.

Je verstopt je of je laat jezelf zien.

Zie mij, dat betekent: Neem je ruimte in.

Dat is waar veel mensen moeite mee hebben.

Ze hullen zich in zwijgen

of ze verschuilen zich in de groep.

Laat een ander het maar zeggen.

Allemaal heel begrijpelijk en meestal uit oprechte bescheidenheid,

maar ik zie om me heen

hoe mensen zichzelf daar soms mee tekort doen.

Altijd maar zich verstoppen: ik ben er niet.

Helaas betekent het voor velen:

ik mag er niet zijn, ik doe er niet toe

en dus doe ik maar stilzwijgend alles wat men van mij verwacht.

Sympathiek is dat, die bescheidenheid, maar soms bevordert het onrecht:

Dat de wijste mensen niet worden gehoord maar wel de schreeuwlelijken.

Dat de zachtmoedigen zich weg laten drukken.

Dat je geen nee durft te verkopen.

Maar zeg het voluit: zie mij, hier ben ik –

hoe moeilijk dat misschien ook is als je van nature teruggetrokken bent.

Je bent het aan jezelf verplicht

en aan de anderen in wiens naam jij misschien spreekt.

 

Twee manieren om tegenover de natuur te staan.

Hand voor de ogen.

Ik ben er niet, ik let er niet meer op.

Ik heb  er geen aandacht meer voor,

ben er niet beschikbaar voor.

Afgestompt – het is decor, die prachtige maan, dat bijzondere licht.

Of luisteren, kijken, open ogen en altijd weer verw